Alzheimer's Association International Conference (AAIC)

Daar sta je dan. Tussen meer dan 10.000 onderzoekers die ook naar Londen zijn afgereisd voor de Alzheimer’s Association International Conference (AAIC) 2026, een grootinternationaal wetenschappelijk congres op het gebied van dementie en vooral de ziekte van Alzheimer.

Eindeloze rijen met posters, grote congreszalen vol professionals en onderzoekers, gesprekken in tientallen talen, een stappenteller die moeiteloos 18.000 stappen per dag aantikt, en elke ochtend een ijskoffie om de tropische temperaturen te trotseren.

In maart begon ik mijn promotietraject bij het Alzheimer Centrum Limburg. Zonder eigen poster of presentatie had ik alle tijd om de volle breedte van het congres in me op te nemen.

Het grotere plaatje

Als promovendus zit je vaak diep in je eigen data, analyses en onderzoeksvragen waardoor het grotere plaatje soms uit het zicht raakt. Door presentaties van onderzoekers uit de hele wereld te volgen, kreeg ik een beter beeld van de huidige ontwikkelingen binnen het dementieonderzoek.

Tijdens het congres was er veel aandacht voor neuropathologie, epidemiologie, genetica,psychosociale interventies, nieuwe behandelstrategieën en de differentiatie tussen de verschillende vormen van dementie.

Een rode draad door het congres was de zoektocht naar een steeds nauwkeurigere diagnose. De recente ontwikkelingen rondom bloedbiomarkers laten zien dat we steeds beter in staat zijn om verschillen tussen vormen van dementie zichtbaar te maken, al zijn er nog belangrijke stappen nodig voordat dit onderdeel wordt van de klinische praktijk.

Wat daarbij regelmatig terugkwam, was dat bloedbiomarkers alleen echt verschil kunnen maken wanneer we ze begrijpen in hun biologische, klinische en maatschappelijke context. Die combinatie maakt de stap naar meer gepersonaliseerde geneeskunde mogelijk.

Voor mijn eigen promotieonderzoek gaf dat veel context. Niet alleen voor wat ik vandaag doe, maar ook waar het onderzoeksveld naartoe beweegt.

Workshops

Een onverwacht hoogtepunt was een ISTAART Skills Workshop over wetenschappelijk publiceren. Tijdens de lunch luisterde ik naar redacteuren en reviewers van internationale tijdschriften die vertelden waar zij werkelijk op letten bij een manuscript. Wat maakt dat een paper wordt gepubliceerd? En waarom belanden sommige manuscripten vrijwel direct op de afwijzingsstapel?

Dat soort praktische inzichten krijg je zelden uit een handboek. Voor iemand die aan het begin van een promotietraject staat, voelde het als een kleine snelcursus wetenschappelijk publiceren. Bovendien bleek een broodje delen met andere promovendi uit alle windstrekeneen toegankelijke manier om ervaringen uit te wisselen.

Team NL

Naast alle internationale indrukken was het ook leuk om zoveel bekende gezichten tegen te komen. Zo presenteerde collega Jens Soeterboek onderzoek naar de relatie tussen fijnstof, sociaaleconomische verschillen en het risico op dementie.

Een van de hoogtepunten buiten de congreszalen was het gezamenlijke ACL-diner. Samen eten, lachen en bijpraten met collega’s en vrienden van het Alzheimer Centrum Limburg. Het was een mooie herinnering dat wetenschap weliswaar internationaal en groots is, maar uiteindelijk mensen verbindt die samen aan dezelfde missie werken.

 

Met een vol notitieboek, niet zozeer gevuld met antwoorden, maar vooral met vragen, ideeën en een veel te lange leeslijst van artikelen, stap ik in de trein terug naar Maastricht.

Volgend jaar Chicago? Wie weet mét poster.

Deze blog is geschreven door Janneke Verhoeven, promovenda bij het Alzheimer Centrum Limburg

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.